zaterdag 29 mei 2021

Prime jive

In de categorie 'intro's die eigenlijk toffer zijn dan de rest van het liedje': Rock It (Prime Jive) van Queen (1980). Kan me nog dagen herinneren dat ik 'm continu na 57 secondes weer vanaf het begin afspeelde. En weet je, misschien was dat vandaag ook wel het geval.

Bedacht me overigens nog een tweede in deze categorie: One Of These Nights van Eagles (1975). De rest van het nummer lost de spannende intro voor geen meter in. Suf refrein ook. Enfin, nooit echt mijn band geweest, die Eagles. 

dinsdag 25 mei 2021

Ronduit ridicuul

Now there's lots of time, and nothing left to fix
Except the things I am trying not to think of while I can

David Ackles. Zijn naam valt op pagina 85 van de vermakelijke autobiografie Ik, Elton John. Het gaat over Eltons eerste optreden in Amerika, in 1970. De platenmaatschappij gelooft er wel in en heeft de beruchte zaal The Troubadour in Los Angeles geregeld en met de Amerikaan David Ackles meteen ook een voorprogramma. Elton vond dat “ronduit ridicuul”. Hij schrijft:

“Maar David Ackles zit bij Elektra,’ stribbelde Bernie [Taupin – Eltons schrijfpartner] zwakjes tegen. Hij moet hebben teruggedacht aan de talloze uren waarin we in Froome Court naar Ackles’ debuutalbum hebben geluisterd en hadden gesproken over zijn ongeëvenaarde coole label Elektra, dat werd gerund door de fantastische Jac Holzman en legendes van de West Coast-muziek zoals The Doors, Love, Tim Buckley en Delaney and Bonnie onder contract had.”

Ik las het en ging rechtop zitten. Hier kwamen twee dingen mooi samen. Zo inspireerde het boek Follow The Music (1998) van Jac Holzman mij om nog meer met muziek te doen en was ik dankzij een interview met Noel Gallagher een paar jaar geleden in een fijne David Ackles fase beland. De Oasis gitarist had het liedje Down River in een lijstje gezet met favorieten en van het een was het ander gekomen.

Het is dan ook een prachtig liedje, uit 1968. De hoofdpersoon is net vrij na drie jaar gevangenisstraf en we horen enkel zijn kant van het gesprek dat hij heeft met Rosy, zijn vriendin. Maar waarom stopte ze ineens met schijven? Mocht het niet meer van haar vader? De naam Ben valt. Ja, die kent hij wel, hij heeft immers bij Ben op school gezeten, het is een goede gast. Hij weet hoe laat het is, maar houdt zich sterk; ze moet die Ben maar dicht bij haar houden. Drie jaar was lang en het leven gaat door, dat weet hij ook wel. Hoe dan ook, hij vond het leuk om haar weer eens te zien na al die jaren, maar hij moet weer verder, hij heeft andere dingen te doen. O ja Rosy, hé Rosy, nog een ding: I care.

Hoewel er wel berichten in de pers verschenen dat Ackles in de gevangenis had gezeten (een interviewer begreep ‘m verkeerd toen hij in een verhaal over z’n tour langs gevangenissen, zei “I’ve been in prison 22 times”), is Down River niet autobiografisch. Toch was een gebeurtenis uit z’n leven wel de inspiratie voor Down River, zoals hij in een ander interview verduidelijkte. Hij had al drie jaar een vriendin toen hij na 5 maanden toeren in Zuid-Amerika thuiskwam en begreep dat ze in de tussentijd met een ander in het huwelijksbootje was gestapt. Ze had het ‘m alleen nog niet verteld. Al die maanden bleven ze wel schrijven, maar ze wou dit nieuws hem toch persoonlijk vertellen. “I’ll take whatever feeling I’ve got and put it into a framework that’s more romantic or that’s cleaner, that you can conjure more easily," aldus Ackles over z’n manier van songwriting.

Wel geliefd bij muzikanten als Elton John, Elvis Costello en Phil Collins, maar het grote publiek wist David Ackles nooit echt te bereiken, In de vijf jaar na z'n debuut bracht hij nog drie platen uit: Subway To The Country (1970), American Gothic (1972) en Five and Dime (1973). Geen verkoopsuccessen, maar tegenwoordig gelukkig allemaal te vinden in Spotify

Vooral op American Gothic staan een aantal prachtige, melancholische pianoliedjes. Neem bijvoorbeeld alleen al het uiterst duidelijk getitelde Waiting For The Moving Van. In 3 minuten en 39 secondes schept Ackles een trieste filmscene, met achtergrondverhaal. Het oude huis is leeg, tien jaar huwelijk is klaar. Hij staat buiten, op de veranda, te wachten. Die grote boom met schommel, wat zullen ze er mee doen? Het is er nooit van gekomen om die boomhut te timmeren. En de nooit gerepareerde voordeur, die piept en kraakt. Ze hoorde 'm altijd binnenkomen, diep in de avond, en liep 'm dan tegemoet op de trap. Nu werkt hij minder hard, maar is het wel te laat. De verhuiswagen laat op zich wachten. Waar blijven ze nou, hij moet nog een heel nieuw leven uitdenken.

Minsten zo mooi is Love's Enough. Een prachtige melodie en tekst over verliefd raken en te genieten van elk moment. Niet denken aan morgen, want tomorrow is forever and love's enough for anyone today.

Vanaf 1994 was er steeds meer interesse in het werk van David Ackles, dankzij de heruitgaves van Elektra. De verkoopcijfers waren goed en hij werd steeds meer gezien als een sterke singer/songwriter die nooit echt op waarde was geschat. Engeland begon aan 'm te trekken, maar het was te laat. David Ackles overleed in 1999 op 62 jarige leeftijd. 

zondag 23 mei 2021

Bruce is op de radio

Ja, op joen 22e in 'n auto onderweg 
Met joen allerbeste beste kameraoden 
Zomerdag, ramen lös, peuken op de lippen 
Bruce is op de radio
Alles klaor

   

zaterdag 22 mei 2021

14 jaar


Vandaag precies 14 jaar verscheen Boxer, de plaat die er voor zorgde dat ik steeds meer ging roepen dat The National De Beste Band is. Wat een pracht, draai 'm nog geregeld van begin tot eind.
 
Wat zo knap is, overal op die plaat van die zinnetjes die blijven hangen:
  • "It's hard to keep track of you falling through the sky."
  • "Another un-innocent, elegant fall into the un-magnificent lives of adults."
  • "Ada, I can hear the sound of your laugh through the wall."
  • "You might need me more than you think you will."
  • "Underline everything, I'm a professional."
  • "Everything I love gets lost in the drawers."
  • "Showered and blue-blazered, fill yourself with quarters."
  • "Hold ourselves together with our arms around the stereo for hours."
  • "I'll get money, I'll get funny again."
  • "Fifteen blue shirts and womanly hands."
  • "I want to start over, I want to be winning; Way out of sync from the beginning."
  • "Sometimes you go "la di da di da di da da" until your eyes roll back into your head."
  • "Let me come over, I can waste your time, I'm bored."
  • "You get mistaken for strangers by your own friends."
  • "We're half awake in a fake empire."
  • "You're the tall kingdom I surround; Think I better follow you around."
  • "You were always weird but I never had to hold you by the edges, like I do now."
  • "In the corners of front yards, getting in and out of cars."
  • "Cinderella through the room, I glide and swan 'cause I'm the best slow dancer in the universe."
  • "I've been dragging around from the end of your coat for two weeks."
  • "Turn the light out, say goodnight, no thinking for a little while. Let's not try to figure out everything at once."
  • "If you think you're gonna faint, go out in the hallway. Let them all have your neck."

zaterdag 15 mei 2021

Liefhebberig


Vanochtend het solo-album Back To The Light (1992) van Queen gitarist Brian May gevonden bij de tweedehands platenboer. Had er laatst nog tevergeefs naar gezocht in Spotify, wild gemaakt door de lui van de heerlijk liefhebberige Queen Podcast.
   Ooit had ik 't album, natuurlijk dankzij m'n Queen-doorgeefluik-broer, op een cassettebandje, zo'n eentje van twee keer 45 minuten, de laatste twee liedjes op kant B. Al lang ergens bij een verhuizing verdwenen, en het nu afspelen zou het volgende probleem zijn geweest. 
   Deze zaterdag voor vier euro de honger gestild en al een paar keer helemaal gedraaid, er blijer mee dan het kind dat ik was in de jaren '90. Queen met Freddie was toen nog zo dichtbij, misschien was het daarom moeilijker te liefhebben. 
   Hoe dan ook: een fijne rockplaat, terug naar het licht.

maandag 10 mei 2021

Gasten

Afgelopen week, het gebeurde ineens, verslaafd geraakt aan het liedje Gasten van de West-Vlaamse band Het Zesde Metaal. Een paar avonden achter elkaar zocht ik het op in Spotify, las de tekst mee en draaide het dan nog eens en nog eens. Iets bleef me trekken.

'Maar ik ken de weg nog naar min roots en d' uren van de treins.' De sleutelzin, bleek zondagochtend. Koffie en weer eens luisteren en meelezen. En de beelden kwamen. Uren in de trein, Amsterdam uit, overstappen in Amersfoort, de IJssel over en het gevoel terug te gaan naar een leven dat ik ooit leefde, waar ik pas laat durfde uit te spreken iets te willen doen met schrijven, of met nieuwe media of met popmuziek, of met weet ik veel, iets creatiefs. Iets, in het westen.

Uren in de trein en terug naar m'n ouders in het dorp, even kijken bij de basisschool die al lang een andere naam heeft en langs de velden van de voetbalclub waar ik te lang hoopte ooit de overstap te kunnen maken van de Derde Klasse Zaterdag Noord naar volle stadions, eerst in Nederland en dan in Italië. Daar op de club, altijd die gasten, die 'veel te goe' kerels'. Een aantal in dezelfde basisschoolklas, minstens drie keer per week in touw, in 4-4-2, maar vaker 4-3-3 opstelling. In kleedkamers, op de buik door de blubber na een niet afgelaste training, in een sliert auto's door de Noordelijke provincies. In vakantieparken, in kantines, in derde helften die veel langer duurden dan de wedstrijden. Lang wist ik het bier te weerstaan, maar uiteindelijk geef je toch op en werd het nog leuker, zo was 't wel. 'W'gaan der nog vele meugen drinken voorda' w' al 't verloren vocht kunn'n compenseren.'

Een jaar en twee maanden geleden was ik voor het laatst in het dorp, op de club nog langer geleden, 'al veel te lang geleden'. Het verwatert en verandert uiteindelijk toch allemaal, hoeveel jaren je er ook hebt liggen, hoeveel wedstrijden je ook hebt gespeeld, hoeveel je ook hebt gevloekt bij weer een mislukte actie op de rechterflank en ''k zoe beter toch nog ne keer gaan.'

De laatste keer een mini-reünie, in de zomer, de club bestond 50 jaar, terug met m'n grote broer. Er werd gebarbecued, een zanger bij een aanhanger deed iets met instrumentale muziek uit een laptop. Bier uit glazen, iedereen op het terras bij het hoofdveld dat geleden had onder het seizoen en het afsluitende mixtoernooi. Met een jeugdtrainer sprak ik over de lichting F'jes van de begin jaren '90 en over Amsterdam.

Lang niet iedereen was er, meer waren vertrokken en wisten dat 'we nu voe mekaar te treffen masse omme moesten rien.' Maar ik was blij dat hij er wel even was, zoals ik altijd blij was als hij er was als ik weer eens terugkwam. Een goede gast, ontmoet in groep 2, hij had z'n zwemdiploma's al en bleef altijd een kop groter. Na schooltijd voetballen, naar huis fietsen en hutten bouwen op een stuk boerenland waar nu gezinnen wonen. Die laatste ontmoeting voelde vertrouwd, ook al waren we geen echte vrienden meer. De afstand was te groot geworden, we spraken elkaar te weinig en wisten steeds minder van elkaar. Misschien was ik daar toen het minst rouwig om, enorm bezig mezelf aan de andere kant van het land opnieuw uit te vinden. 'K hope da' j' 't mie vergeeft.' 

Nog regelmatig denk ik ineens aan 'm. Mooi, toch. Bij een voetbalwedstrijd op televisie, bij het luisteren van een West-Vlaams liedje, bij een steek in de maag. Het zal ook de leeftijd zijn, we scheelden maar een maand.

Het was m'n vader die het doorbelde, vorige maand al weer twee jaar geleden. Ik zat op kantoor in Hilversum, te schrijven aan iets. 'De mens'n in 't dorp, ze waren der van aangedaan.'




 

zaterdag 26 september 2020

Het wiel

Dit jaar alle seizoenen van Mad Men weer eens gekeken. Je weet wel, over een reclamebureau in de jaren '60 en misschien wel de beste serie ooit. In een veel geroemde scene pitcht hoofdpersoon Don Draper een reclame voor een ronde diaprojector, door de fabrikant (Kodak) The Wheel gedoopt. Grappig sowieso, het wiel opnieuw uitgevonden. Enfin, terwijl Don z’n eigen gezinsfoto’s van jaren terug via de projector op een groot scherm in de vergaderzaal laat zien, pakt hij de klant in met een stuk sentimentele copy over onze onmogelijke wens terug te willen keren naar mooie momenten: 

"In Greek, “nostalgia” literally means “the pain from an old wound.” It’s a twinge in your heart far more powerful than memory alone. This device isn’t a spaceship, it’s a time machine. It goes backwards, and forwards… It takes us to a place where we ache to go again."

Om de opdracht vervolgens binnen te harken met de genadeklap: ‘It’s not called the wheel, it’s called the carousel.’

Moest er aan denken bij het geweldige Carousels van de nieuwe Doves plaat The Universal Want. Een liedje over terug willen keren na een fijne, vertrouwde plek in het verleden of willen dat alles bij hetzelfde blijft, maar tegelijkertijd het besef dat we niet anders kunnen dan verder gaan: "And the wheel turns ‘round, just when you think you’re safe and sound."



zondag 6 september 2020

Hart

Vorig jaar november, met Canadees Peter Broderick in de indrukwekkende Sint-Bonifatiuskerk in Leeuwarden. Het was na z’n concert, het publiek was al weg, en we begonnen met filmen zonder vooraf door te nemen wat hij zou spelen en doen.
    Na het laatste nummer wandelde Peter weg van de microfoon, de lange gang door in die donkere kerk, richting de uitgang. Ik 
volgde met de camera, vlak achter ‘m. Hij fluiten, ik filmen, samen richting de deur. Daar verliet hij het schip van de kerk, maar ik bleef staan staan: geen mooier einde dan een dichtslaande deur. Ik maakte het shot af, liet de camera zakken en opende de deur, nog altijd onder de indruk van het mooie liedje, de grote, lege kerk en het intense einde. Een luide ‘boe!’ van Broderick bezorgde me vervolgens bijna een hartverzakking, de camera net gered van een val op de stenen vloer.
    Op het dit jaar uitgekomen album Blackberry, komt die spelerige karaktertrek ook naar voren met grappige teksten, warme herinneringen en verassende instrumenten.
    En hij weet te ontroeren, met bijvoorbeeld What Happened To Your Heart, dat gaat over z’n grootvader George, die op z’n 35e een hartaanval overleefde. Bijzonder, zo vertelde Brodericks moeder, want George was de eerste man aan die kant van de familie die ouder werd dan 35 jaar. Vorig jaar schreef Broderick, die zelf bijna de 35 aantikt, het liedje tijdens een bruiloft, weggerend naar een rustig plekje.
    Toch is Let It Go het mooiste liedje van de plaat. Die violen, man.

zondag 19 juli 2020

Toen we jonger waren

In m’n mailbox, in de zomer van 2019: ‘We kennen elkaar niet maar ik heb via via begrepen dat jij wellicht wel mooi zou vinden wat ik gemaakt heb.’ Ik klik op de link en krijg het fijne liedje Talking ‘Bout Roses voor de kiezen. Als artiestennaam staat Benedict erbij. 
    Van jongs af aan staat-ie op het podium, bij andere bands. Maar toen was het even klaar. Een combinatie van hartenpijn en het zelf willen doen. Hij sluit zichzelf op, in een zolderkamer in Amsterdam. En daar komen ze: de liedjes, de demo’s. 

    Dan de studio in en er uiteindelijk uit te komen met een debuutalbum (feb, 2020) waarop jeugdtrauma’s worden verwerkt, depressies bezongen en de pijn van een gebroken hart niet wordt wegstopt: 
You Can Tell Me Nothing That I Should .
    Mooiste liedje van de plaat is het ontroerende When We Were Young. Melancholisch als een malle, prachtige beelden spelen op.‘One night changed all of us. I saw my parents sleeping naked, with their fingers half crossed. Knew what they lost, when we were young.’ En dan ook nog een prachtige videoclip.

woensdag 6 mei 2020

Voor de liefde

"In memory of Thommy Paeyeneers, 1974 – 1999." Het staat op de voorkant van het cd-boekje van het nieuwe Other Lives album For Their Love. Linksonder, in kleine lettertjes. Het album al weken in huis, nu pas opgemerkt.
    Thommy werd doodgeschoten op de veranda van z’n eigen huis, las ik op een forum, een emotioneel bericht van een vriend. De moord werd gepleegd door de nieuwe vlam van Thommy's vrouw, die ‘m de opdracht gaf. Volgens de hoorzittingen hadden ze de fatale aanslag ook al meerdere malen gerepeteerd, in de nacht, terwijl Thommy boven lag te slapen in het echtelijke bed. Eerder had het duo het al geprobeerd met vergiftiging. 
    Ik begreep de plaat meteen beter, want na de eerste luisterbeurten was ik enthousiast, maar ook verward. Waar gaat het allemaal over? Puzzelstukjes nu op hun plek: For Their Love is een prachtig, maar donker geheel over wat we allemaal plegen te doen voor de liefde, sommigen zelfs moord en doodslag (eerste zin van het eerste liedje: "Make some room for the afterlife"). 
    Favoriet liedje is Cops, waar de dader wordt vervloekt. Hij was z’n portefeuille verloren op de crime scene, de politie had ‘m snel gevonden. ‘Ah, you really fucked it up this time. Hey man, you really let us down.’

maandag 13 januari 2020

David Keenan op bedevaart

Na computerles pakte de zeventienjarige David Keenan z’n spullen en begon hij aan een reis die hem voor het eerst uit z’n Ierse woonplaats Dundalk zou brengen. Op de bonnefooi vertrok hij naar Liverpool, toch al gauw zo’n 350 kilometer verderop. Het was 2010 en de jonge singer/songwriter had een missie: hij moest en zou Lee Mavers ontmoeten, de zanger, gitarist en belangrijkste liedjesschrijver van cultband The La’s.

...

In oktober 1990 verscheen het titelloze debuutalbum van The La’s. De invloed van het album, dat barst van de melodieuze Merseybeat-achtige liedjes, was jarenlang nog voelbaar met de explosie aan Britpopbands in de midden en eind jaren ’90. Het is dan ook geen geheim dat Noel en Liam Gallagher van Oasis grote fans zijn. Op het vlak van muziek, maar ook van houding en gevatheid (zoals bijvoorbeeld dit even vermakelijke als ongemakkelijke interview van The La’s op de Canadese televisie in 1991 laat zien) hebben de broertjes goed opgelet.

Het bleef uiteindelijk bij dat debuutalbum. Volgens de verhalen is Mavers zo’n perfectionist dat hij nooit iets kon loslaten. Vier jaar lang is er geschaafd. De liedjes zijn eindeloos gemixt en uiteindelijk was hij nog niet tevreden met de uitgekomen versie. Het dreef de band uit elkaar. Een typerende quote van Mavers is te vinden in het boek 1001 Albums — De Meest Spraakmakende Albums Aller Tijden, want natuurlijk staat de plaat daarin: “Hoe dichter je bij perfectie komt, des te dichter kom je bij imperfectie, zo simpel is het.”

...

David Keenan had de muziek van Lee Mavers ontdekt op een weblog en was meteen verknocht aan de sound. Hij onderging het als “holy music,” zoals hij later omschreef. Hij kon niet wachten om de oversteek naar Liverpool te maken. En dus ging hij, computer afgesloten en zonder het ook maar iemand te vertellen, voor het eerst Dundalk uit. Op de veerboot, op de bonnefooi, naar de overkant. Trossen los en behouden bedevaart.

In Liverpool zwierf David Keenan door de straten en liep hij al gauw tegen een muur aan: z’n geld raakte op. Z’n redding hing om z’n rug en elke dag, voor twee weken lang, speelde David op z’n akoestische gitaar het geld voor eten en een slaapplek bij elkaar. De ene dag meer liedjes voor 21 pond dan de andere.

...

Het bekendste liedje van The La’s is There She Goes, dat in 1990 een internationaal hitje werd en vandaag de dag over de 80 miljoen streams in Spotify bij elkaar gesprokkeld heeft, en nog regelmatig opduikt in commercials, films en series. Het is een klein wonder dat het in de 20 jaar dat de Top 2000 bestaat nog nooit de lijst heeft gehaald. Je zou het een perfect liedje kunnen noemen, ook al schijnt de versie in Lee Mavers’ hoofd nog mooier te klinken…

Met z’n 3 minuten en 1 seconde is Timeless Melody het een na langste liedje van de plaat. Als single lang niet zo succesvol als There She Goes, maar wel mijn favoriet. Waarschijnlijk omdat het perfect accentueert waarom we met z’n allen The La’s zo goed vinden en in hun kielzog meer bands en liedjes uit het verleden; een goede melodie ís nu eenmaal tijdloos.

Goede melodieën dus in overvloed, maar live kon het allemaal nog weleens tegenvallen, zoals Volkskrant journalist Henrico Prins in 1991 beschreef na een concert in Tivoli, Utrecht: “De eenvormigheid van hun repertoire bleek een onoverkomelijk probleem. Hoe verdrietig is het weer eens te moeten constateren dat men zelfs met enkel sterke composities niet ver komt.”

Daar kwam ik in 2011 ook achter. Samen met m’n huisgenoten was ik naar Parijs gereisd voor het Rock en Seine festival. Een buitenlands festival, dat leek ons een fijne afwisseling van jaren Lowlands. De tickets waren al lang in huis toen de aankondiging kwam: The La’s op Rock en Seine. We waren er verguld over, ook in ons huis had de band een cultstatus bereikt en na het heugelijke nieuwe klonken There She Goes, Timeless Melody en de andere sterke composities nog net iets vaker door de speakers in de gezamenlijke woonkamer.

Die dag, 28 augustus 2011, liep het allemaal toch wat anders. En het begon nog wel zo feestelijk, met uren voor het concert overal plukjes muziekliefhebbers die zich waagden aan het aanstekelijke refrein van Theeeere Sheeee Goes. Maar The La’s bleek deze dagen uit niet meer dan Lee Mavers en een bevriende basgitarist Gary Murphy (van The Bandits) te bestaan. Ze stonden met z’n tweeën op een wel heel groot podium. Achter hen een drumstel, zonder drummer. Mavers zong slordig, zwalkte, was onverstaanbaar en leek op een andere planeet te zitten. Tussen liedjes door ramde hij wat op het drumstel en zette dan weer een liedje in dat moeilijk te shazammen was.

De bezoekers die nog niet waren weggelopen, begonnen al gauw te schreeuwen om There She Goes. Hij speelde ‘m, de riff was zowaar herkenbaar, maar het was zo slordig dat ik het met geen mogelijkheid kon rijmen met die zogenaamde perfectionistische aard van Lee Mavers. Of zoals iemand later op Youtube schreef: “I guess this gig was some kind of joke, but I didn’t get it.”

...

David Keenan vond Lee Mavers niet. Een paar voormalig bandleden van The La’s kwam hij wel tegen, en hij wist zelfs nog een plekje in het voorprogramma van bassist John Power te regelen. Close, but not close enough. Toch was het avontuur niet mislukt, benadrukte Keenan zelf later. Het moeten spelen voor eten en een slaapplek had ‘m verlost van z’n verlegenheid. Vol zelfvertrouwen (en met een goed verhaal, altijd handig voor een aspirerende singer/songwriter) ging hij terug naar Dundalk, Ierland.

In de jaren die volgden wist Keenan een aardige voet aan de Ierse grond te krijgen met z’n muziek. Z’n demo’s werden opgemerkt, singles kwamen uit, EP’tjes werden goed ontvangen en Keenan mocht voorprogramma’s verzorgen voor gearriveerde collega’s, zoals Glen Hansard, die Keenan “one of our best” noemde. Snow Patrol zanger Gary Lightbody dacht meteen al grote headline shows voor Keenan, want “there’s magic in his voice”. The Irish Post zag afgelopen najaar, toen Keenan als voorprogramma van Hozier door het Verenigd Koninkrijk toerde, dat Lightbody weleens gelijk kan gaan krijgen. In een recensie van z’n optreden in het uitverkochte London Palladium (ruim 2000 plaatsen) schreef de krant: “Keenan controls the crowd with expert ease, offsetting songs with stories and banter with the audience before launching into poetic, lyrical songs complete with a voice that carries across the iconic venue.”

Januari 2018 zag ik David Keenan drie liedjes spelen in een live showcase op het Eurosonic Noorderslag festival in Groningen. Erg overtuigend vond ik het niet. De liedjes waren lang en eentonig met enkel een akoestisch gitaar als begeleiding. Het wist me niet te raken. Een Volkskrant journalist zou kunnen schrijven dat de eenvormigheid van zijn repertoire een onoverkomelijk probleem bleek.

Nu weet ik, met het afgelopen vrijdag uitgekomen debuutalbum A Beginner’s Guide To Bravery in de herhaalstand, dat het een totaal verkeerde kennismaking was. Verkeerde plek, verkeerde omgeving, verkeerde sfeer. Keenan is een verhalenverteller die je volledige aandacht nodig heeft, met teksten over religie, liefde, dromen, wroeging en zelfkwelling. Dat werkt allemaal niet zo goed in een vluchtige showcase setting.

De eerste regel van James Dean, de opener van de plaat, zet meteen de toon: “It stabbed me in the chest like the pimp prudent’s knife into poor wandering Beckett under a mother of pearl sky.” Duidelijk, de komende 58 minuten zal je worden bedolven onder weldoordachte woorden waar je na uren bestuderen nog steeds niet helemaal je vinger achter kan krijgen. Poëtisch, cryptisch, fragmentarisch en misschien, zegt de voorzichtige cynicus, ook wel hier en daar geforceerd literair doen. Dat maakt het wel interessant, want wat bedoelt-ie nou allemaal in hemelsnaam? Er zit niks anders op dan het te blijven draaien.

Muzikaal gezien is dat ook geen straf. Echo’s van Bob Dylan, Van Morrison en ook Glen Hansard zijn altijd wel te horen. Keenan heeft oor voor een goede melodie en wordt in de uptempo liedjes begeleid door drums, gitaren, viool en (soms) piano. Op enkele momenten komt het zelfs tot een explosieve climax om je bij de les te houden. Beste voorbeeld hierin is het geweldige Altar Wine, waarin een kwade en verbitterde Keenan de woorden uitspuugt en uiteindelijk z’n onmacht uitschreeuwt. Wauw.

In uitschieter The Healing zingt Keenan over hoop in bange tijden. Geloof ‘m, de oorlog is bijna gedaan. Maak je klaar voor de genezing. De muziek wordt steeds apocalyptischer van toon, de violen gaan los op een manier zoals we ook kennen uit het middenstuk van A Day In The Life van The Beatles. Wacht even, is deze genezing zoiets als de zondvloed? Alles wegvagen en weer vanaf niks opnieuw beginnen? Is dat noodzakelijk? Een schreeuw van Keenan sluit het liedje in totale angst af.

Op z’n website vertelt Keenan dat de liedjes in zeven dagen zijn opgenomen om de rauwheid en breekbaarheid, krankzinnigheid en ongefilterde waarheid die hem maken wie hij is, te vangen. Zeven dagen, kom daar maar eens mee aan bij Lee Mavers. Het maakt van A Beginner’s Guide To Bravery nog meer een momentopname van een jonge, gedreven singer/songwriter met veel vragen die hij, gelukkig voor ons, hardop durft te stellen. Antwoorden zijn schaars, maar iedereen die geluisterd heeft naar wat The La’s adept Noel Gallagher z’n broertje Liam in 1997 liet zingen op de Oasis single D’You Know What I Mean weet dat “questions are the answers you might need.” Zo simpel is het.